De maand van de opgegraven geschiedenis.

Gepubliceerd: 31 oktober 2018

mgo-plaatje_beestenmarkt.png - SCEZ OAS

Archeologisch onderzoek is bij uitstek een voorbeeld van opgegraven geschiedenis. De historicus bestudeert historische bronnen, terwijl de archeoloog  focust op het tastbare leven van de gewone man. Zeker voor wat betreft de perioden voorafgaand aan de Middeleeuwen is dit een wereld van verschil. Met archeologie is het mogelijk een goed beeld te krijgen van het dagelijks leven in een bepaald gebied. Daarvoor is dan wel vaak een omvangrijk archeologisch onderzoek noodzakelijk.

 

Zo’n onderzoek speelde zich in 2013 af op de Goese Beestenmarkt. De oorzaak was de vernieuwing van de riolering en bestrating. De plaats is interessant, wat overigens geldt voor de hele Goese binnenstad, omdat uit archiefstukken bekend was dat hier in de 15de-16de eeuw een kloostercomplex van de Kruisbroeders had gestaan. Vooronderzoek bevestigde dit en wees bovendien uit dat de resten op sommige plaatsen binnen het bouwterrein lagen.  

 

Een klooster was een onmisbare instelling in een middeleeuwse stad. In Goes haastten het stadsbestuur en vooral baljuw Wolfert van de Maalstede zich om rond 1430 een dergelijke geestelijke stichting in het leven te roepen. Binnen de sinds 1417 gereedgekomen omwalling was er een ruim terrein beschikbaar: het gebied westelijk van de Wijngaardstraat-Ossenhoofdstraat. De initiatiefnemers slaagden erin de orde van de Kruisbroeders naar Goes te halen. Baljuw Van de Maalstede verkocht de grond waarop het klooster zich kon vestigen. De orde van de Kruisbroeders legde zich toe op zielzorg, preken en biechthoren; ook het vervaardigen van manuscripten behoorde tot hun activiteiten. Op het bouwterrein, dat vermoedelijk werd begrensd door de Ossenhoofdstraat, de Cornelis Eversdijkstraat, de Westwal en de zuidwand van de Beestenmarkt, verrees een vierkant complex met een binnenplaats. De kloosterkerk, een onderdeel van dit complex, bevond zich waar nu Beestenmarkt 2 en 4 staan, terwijl de verblijfsruimten zich in de zuidwestelijke hoek van de Beestenmarkt.

 

Dwars over de huidige Beestenmarkt bevond zich een muur met een poort die het terrein van de stad afsloot. Beelden op deze poort werden in 1566 bij een zwakke navolging van de Beeldenstorm, door opstandige protestanten verwoest. Deze schade was vrij klein; het klooster zelf was ruim tien jaar eerder bij de stadsbrand van 1554 zwaar beschadigd geraakt. Twee jaar later stond er een noodkerk en kon er weer in de opgelapte gebouwen worden gewoond en gekerkt. Door geldgebrek kwamen de broeders niet meer aan een verdere herbouw toe. De overgang van Goes naar de zijde van de Prins van Oranje betekende het einde voor het klooster in 1578. De gebouwen kregen door de eeuwen heen tal van andere bestemmingen. Op het voormalige kloosterterrein legde de stad kort na 1580 de Beestenmarkt aan, met de daaraan verbonden Nieuwstraat.

 

Bij het onderzoek van 2013 begeleidden de archeologen de werkzaamheden op de Beestenmarkt en verzamelden daarbij een bron aan informatie. Eerst en vooral werden sporen aangetroffen uit verschillende fasen van het klooster en later. Belangrijke vondsten waren naast veel funderingen, een waterkelder uit de tijd van het klooster, een lavatorium en een bijgebouw ten zuiden van de voormalige kloosterkapel. Ons beeld over de inrichting van het Kloosterterrein werd daarmee belangrijk aangevuld.

 

Naast sporen en structuren werden er ook veel vondsten geborgen die ons inzicht in het dagdagelijkse leven van de bewoners van het klooster vergroten. Zo maken de voedselresten ons duidelijk wat er zoal op het menu stond aan de Goese Beestenmarkt. De analyse van een aantal monsters leverde visresten, mossels, oesters samen met botten van runderen op. Samen met een aanzienlijke hoeveelheid verkoold graan geeft dit aan dat de al dan niet religieuze bewoners van de Goese Beestenmarkt zeker geen eenzijdig eetpatroon hadden.   

 

Karel-Jan Kerckhaert, Frank de Klerk

<< Terug naar overzicht