Landgoederen en buitenplaatsen

Gepubliceerd: 24 september 2018

es0-knipsel.png - SCEZ OAS

Wie de bijdrage van het gemeentearchief van Goes voor het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed voor de maand augustus leest merkt als snel dat in de gemeente Goes een aanzienlijk aantal Buitenplaatsen aanwezig is geweest. Buitenplaatsen of landhuizen, zijn vaak (zomer)verblijfen van een rijke stedeling. Ze werden opgericht vanaf de 17de eeuw om de rumoerige en stinkende stad achter zich te laten. De vraag die dan direct bij een archeoloog opkomt is of een dergelijke buitenplaats ook specifieke archeologische resten achterlaat? Het antwoord daarop is wellicht eenvoudig, ja. 

Wat zijn dan die specifieke archeologische resten? Ten eerste ligt het voor de hand dat de rijke stedelingen een (omvang)rijkere inboedel gehad dan andere mensen op het platteland. Zij zullen zeker een deel van hun welvaart en luxe vanuit de stad mee naar "hun buiten" hebben gebracht. Ten tweede kan gedacht worden aan bepaalde bouwtradities op het platteland. Zo zullen nieuwe bouwmethoden, technieken en materialen eerder zijn toegepast in de stad dan op het platteland. 

Op basis van bovestaande lijkt het eenvoudig om voormalige buitenplaatsen op te sporen. Door het gestructureerd verzamelen van oppervlakte vondsten en deze vervolgens te analyseren kan een beeld gekregen worden van de in de ondergrond aanwezige archeologische resten. Op basis daarvan kan dan ook iets gezegd worden over de aard van de gebruiksvoorwerpen en de manier van bouwen. Toch is een rijkere inboedel en een bepaalde (vooruitstrevende) manier van bouwen niet een op een te linken aan een landgoed of een buiten. Vaak is ook een gedegen historisch onderzoek wenselijk. En daarvoor maken archeologen dan weer graag gebruik van de kennis die aanwezig is in de archieven.  

(Foto van de opgraving op voormalig Buitenplaats Watervliet in Heinkenszand, Bron ZAD SCEZ)

 

 

<< Terug naar overzicht